Tuinpetunia

Ah, zul je nu opmerken, wat doet een petunia op een website over tabak. Welnu, de tuinpetunia (Petunia axillaris) werd ooit als een tabaksplant gezien. Het is een eenjarige, kruidachtige plant in de bekende familie der Nachtschades (Solanaceae) en is inheems in Zuid-Amerika, maar intussen geïntroduceerd is in zuidelijke delen van de Verenigde Staten.
De tuinpetunia is de wilde voorouder van veel van de huidige petunias die we met veel plezier in onze tuinen hebben aangeplant. Iedere moderne petunia is eigenlijk een hybride van die tuinpetunia. Al in 1837 werd het eerste exemplaar in Amerika aangeplant. Natuurlijk zijn de aantrekkelijke zuiver witte bloemen een aanwinst voor iedere tuin, maar het is zijn nachtelijke geur van vanille en drop die ieder romantische geest zal beroeren.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, is afkomstig van pétun, de benaming voor tabak in enkele locale inheemse talen in Brazilië. Het tweede deel, axillaris, werd al in 1793 beschreven door Lamarck en betekent 'oksel' of 'schouder'. Het woord is terug te herleiden tot het Latijnse woord axilla, dat 'oksel' of zelfs 'vleugel' heeft betekend.

Dat de tuinpetunia zoveel lijkt op de tabakssoorten bewijst diens oude en min of meer vergeten wetenschappelijke naam Nicotiana nyctaginiflora.

De originele tuinpetunia is intussen een zeldzaamheid geworden, maar hij heeft nog een zeldzamer broertje, de (échte) rode petunia (Petunia exserta) uit Brazilië. Deze verschilt slechts van de tuinpetunia door de rode (in plaats van witte) bloemen. Deze soort werd pas in 1987 beschreven en het is de enige petuniasoort die door kolibries bevrucht wordt. Alle andere soorten worden door insecten als motten bevrucht. De rode petunia geurt niet omdat kolibries niet kunnen ruiken. Hij groeit op beschaduwde, wat rotsige plekjes waar de opvallende rode bloemen de vogels kunnen aantrekken.
Tijdens het laatste veldonderzoek bleek dat deze zeldzame verschijning zelfs op het punt staat om uit te sterven. De tuinpetunia kruist zo eenvoudig met de rode petunia dat biologen in 2007 tijdens een expeditie nog maar 14 raszuivere exemplaren wisten te vinden.

Onderzoek heeft aangetoond dat de petunia geen alkaloïden aanmaakt om zichzelf te verdedigen tegen vraagzucht van herbivoren[1]. Dat lijkt vreemd omdat vrijwel alle soorten binnen de grote familie der Nachtschades giftig blijken te zijn. De onderzoekers houden nog een slag om de arm door te zeggen dat het geslacht mogelijk een a-typische alkaloïde bevat. Toch heeft inname van de petunia wel enig effect op het menselijk lichaam: het is de meest krachtige remmer van cholinesterase, een enzym dat verantwoordelijk is voor de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine[2]. De werkzame stof van de petunia's kan daardoor (theoretisch) een positief effect hebben op het geheugen en andere cognitieve functies bij (het ontstaan van) de Ziekte van Alzheimer.

[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in Journal of Ethnopharmacology - 1981
[2] Orgel: Inhibition of human plasma cholinesterase in vitro by plant extracts in Uoydia - 1963

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen