Kusttabak

Kusttabak (Nicotiana maritima) is een bewoner van wilde, winderige Australische kusten. Zijn verspreidingsgebied is voornamelijk beperkt tot kuststreken van het Eyre Schiereiland, het Yorke Schiereiland, Southern Lofty en de zuidoostelijke kusten van de Australische provincie Southern Australia plus wat aanliggende eilanden. Ruwweg behoort dat allemaal tot het gebied ten oosten van de Zuid-Australische stad Adelaide. Deze tabakssoort groeit in ondergronden van zand, grind of rots, niet alleen aan de kust, maar ook in kreekjes nabij die kust. Hij houdt van een warm plekje.
De kusttabak is een struikje van maximaal zo'n 70 centimeter hoog, voorzien van een steel die bedekt is met zachte haartjes. De bladeren van deze soort zijn circa 30 centimeter lang. Hij bloeit met friswitte trompetvormige bloemen, die tot drie centimeter lang zijn, gedurende vrijwel het gehele jaar, maar voornamelijk in de lente.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nicotiana, ontleent zijn naam aan Jean Nicot, een Franse edelman en de Franse ambassadeur in Portugal van 1559 tot 1561, die in 1560 via Portugal de zaden van de tabaksplant zijn land binnenbracht. Het tweede deel, maritima, is uiteraard eenvoudig te verklaren want maritima betekent in het Latijn 'van de zee' en uiteindelijk is het woord afkomstig van mare ('zee').

Volgens de verhalen hebben de bloemen een nogal onplezierige, wat narcotische zoete geur. Toen onderzoekers (lees: nicotinezoekers) de bladeren kauwden om te bekijken of ze geschikt waren om als tabak dienst te doen bleek dat ze al snel misselijk werden. De reden daarvan is dat de kusttabak niet of nauwelijks nicotine bevat, maar zijn broertje nornicotine.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen