Kleinbloemige Tabak

De Kleinbloemige tabak (Nicotiana goodspeedii) is wijdverspreid in grote delen van zuidelijk Australië. Hij groeit voornamelijk in een alkalische bodem, vaak in zand dat een ondergrond van kalksteen bedekt. Bovendien houdt hij van verstoorde ondergronden, zoals industrieterreinen en spooremplacementen.

De Kleinbloemige Tabak is een eenjarige kruidachtige plant die een hoogte van zo'n één meter kan bereiken. Deze variant van de tabak heeft een groot aantal ijle stengels. Zowel die stengels en de ellipsvormige tot lancetvormige bladeren zijn haarloos.
De bloemen zijn, zoals zijn naam al aangeeft, een stuk kleiner van formaat dan zijn directe familieleden. Ze zijn trompetvormig en melkwit van kleur.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nicotiana, ontleent zijn naam aan Jean Nicot, een Franse edelman en de Franse ambassadeur in Portugal van 1559 tot 1561, die in 1560 via Portugal de zaden van de tabaksplant zijn land binnenbracht. Het tweede deel, goodspeedii, eert Dr. Thomas Harper Goodspeed (1887-1966), een voorname Amerikaanse bioloog en celbioloog. Hij was tevens curator van de botanische tuin van de Universiteit van California.

Toch hebben kenners nogal wat moeite om de Kleinbloemige Tabak te onderscheiden van de Zoetgeurende Tabak (Nicotiana suaveolens) ofwel de Sweet-scented Tobacco. Om het helemaal ingewikkeld te maken wordt die soms (foutief) ook wel aangeduid als Australische tabak, maar die naam is toch echt voorbehouden aan Nicotiana occidentalis.

Onderzoek heeft aangetoond dat deze tabakssoort maar bitter weinig alkaloïden, als nicotine, bevat. Het totaal gehalte wordt geschat op slechts 730 μg/g droge stof in de bladeren en 4284 μg/g droge stof in de wortel. De Kleinbloemige Tabak werd dus niet door de Aboriginals gerookt of voor rituele doeleinden gebruikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen