Veelbloemige Tabak

De veelbloemige tabak (Nicotiana acuminata) is een wilde tabakssoort. Deze soort is inheems in Argentiniƫ en Chili. De veelbloemige tabak is een eenjarige plant die maximaal een meter hoog kan reiken. De bladeren kunnen tot zo'n 25 centimeter in lengte zijn. In de zomermaanden bloeit de veelbloemige tabak met een groot aantal witte of ietwat groen getinte trompetvormige bloemen die ongeveer vier centimeter lang zijn.

De veelbloemige tabak is een gewilde tuinplant en is dus wereldwijd met toewijding aangeplant door liefhebbers. Het voorspelbare gevolg is uiteraard dat deze soort zich in vele landen als een exoot in de natuur heeft genesteld.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nicotiana, ontleent zijn naam aan Jean Nicot, een Franse edelman en de Franse ambassadeur in Portugal van 1559 tot 1561, die in 1560 via Portugal de zaden van de tabaksplant zijn land binnenbracht. Het tweede deel, acuminata, is afkomstig uit het Latijn, waar acuminatus, zoiets betekende als 'puntig' of 'scherp'. Uiteindelijk kan het woord worden herleid uit het Oud-Grieks, waar akon 'pijl' betekend heeft. Het poogt de vorm van de bladeren te beschrijven.

In hun taal noemden de inheemse bewoners, de Mapuche de veelbloemige tabak pƫtrem. Ze hebben de bladeren van deze tabakssoort al sinds mensenheugenis gerookt. De sjamanen van de Mapuche, de machi genoemd, rookten zelfs grote hoeveelheden van deze tabakssoort om in een trance te komen. Je kunt er dus vanuit gaan dat er meer dan voldoende nicotine in de veelbloemige tabak verstopt zit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen