Afrikaanse Tabak

De Afrikaanse Tabak (Nicotiana africana) groeit in Namibië en het is de enige tabakssoort die inheems is in Afrika. Binnen het geslacht Nicotiana worden ongeveer 80 soorten erkend. Daarvan komt zo'n 75% voor in Noord- en Zuid-Amerika en overige 25% in Australië, waarvan vier soorten enkele eilanden in de Stille Zuidzee bewonen. De Afrikaanse Tabak behoort tot de soorten die ooit inheems zijn geweest in Australië, maar heeft misschien wel miljoenen jaren geleden de oversteek naar het Afrikaanse continent gemaakt[1].

Deze soort is slechts op een paar gortdroge woestijnachtige plaatsen aangetroffen in dat Zuidoost-Afrikaanse Namibië: op de Brandberg, de Erongo en de Spitzkuppe Bergen in de noordwestelijke Namib Desert. Mocht u zich afvragen of het land ooit in Duitse handen is geweest, dan is het antwoord bevestigend.
Afrikaanse Tabak wordt aangetroffen op kleine geïsoleerde plekken en groeit in de diepe schaduw tussen rotsen van graniet. De Afrikaanse Tabak kan uiteindelijk een hoogte bereiken van 2.5 meter. Hij bloeit met groenig witte bloemen die zich overdag openen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nicotiana, ontleent zijn naam aan Jean Nicot, een Franse edelman en de Franse ambassadeur in Portugal van 1559 tot 1561, die in 1560 via Portugal de zaden van de tabaksplant zijn land binnenbracht. Het tweede deel, africana, is niet lastig te verklaren: het betekent uiteraard 'Afrikaanse'.

De belangrijkste alkaloïde van de Afrikaanse Tabak is nornicotine (circa 28 µg/g drooggewicht), gevolgd door anabasine (4.9 µg/g) en de bekende nicotine (0.6 µg/g).

Er bestaat een theorie, de optimal defense theory, die zegt dat een plant, die wordt aangevreten door herbivoren, meer alkaloïden gaat aanmaken in zowel de beschadigde bladeren als de onbeschadigde bladeren. Maar als de beschadigingen te omvangrijk worden, dan stopt dat proces weer omdat de plant zijn energie gaat steken in de aanmaak van nieuwe bladeren, in plaats van een hopeloze strijd te voeren om aangetaste bladeren te beschermen. Volgens wetenschappelijk onderzoek brengt de Afrikaanse Tabak deze theorie ook in de praktijk.

De Afrikaanse Tabak is een vrij onbekende soort, maar in wetenschappelijke kringen is hij de bron van de Potato Virus Y (PVY) resistentie. Die resistentie kan worden 'ingebouwd' in aardappels, tomaten, paprika's, chilipepers en, jawel, andere tabakssoorten, waardoor ze zelf ook resistent worden tegen dit virus.

[1] Marks et al: Comparative morphology and phylogeny of Nicotiana section Suaveolentes (Solanaceae) in Australia and the South Pacific in Australian Systematic Biology - 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen