Coyotetabak

In Amerika staat deze wilde tabakssoort bekend als coyote tobacco (Nicotiana attenuata). Het lijkt me dus het beste dat wij die naam in Nederland maar gewoon overnemen. De coyotetabak is inheems in de westelijke delen van Noord-Amerika in een brede strook die loopt van British Columbia (Canada) via Texas (USA) tot noordelijk Mexico. Deze soort voelt zich thuis op vele ondergronden en diverse klimaten, maar dat lijkt me ook wel duidelijk als je zowel in het ijzig koude noorden als het zinderend hete zuiden kan overleven. Toch noemen biologen hem af en toe een montane plant, dat wil zeggen dat hij het beste gedijt in wat bergachtig gebied.

Coyotetabak is een slanke, spaarzaam behaarde plant die tot een meter hoog kan reiken. De bladen kunnen tien centimeter lang worden, de onderste exemplaren zijn dan ietwat ovaal, terwijl die bovenin groeien wat langwerpiger zullen zijn. De bloemen zijn trompetvormig, twee tot drie centimeter lang en roze of groen van kleur. Ze geuren heerlijk sterk.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Nicotiana, ontleent zijn naam aan Jean Nicot, een Franse edelman en de Franse ambassadeur in Portugal van 1559 tot 1561, die in 1560 via Portugal de zaden van de tabaksplant zijn land binnenbracht. Het tweede deel, attenuata, is afkomstig uit het Latijn, waar attenuare zoiets betekende als 'dunner maken' of 'verminderen'. Het verklaart de slanke vorm van deze tabakssoort.

Deze tabaksversie werd ooit voor vele medicinale en rituele doeleinden gebruikt door de Indianen. Hij werd ceremonieel gerookt door de Hopi, de Apaches, de Navajos en diverse andere stammen. De Zuni geloofden dat rook, die over het lichaam werd geblazen door de medicijnman, het gif van slangenbeten kon neutraliseren. Tabak was de enige plant die door de Crow werd gedomesticeerd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen